De 60-30-10 regel van Van Garderen Kantoormeubelen
Geplaatst op
Als fysiotherapeut zie ik vaak patiënten met rugklachten die denken: “Mijn bureaustoel is niet goed, daar ligt het aan.” Begrijpelijk, maar het is meestal niet de stoel zelf die de boosdoener is — het is hoe je hem gebruikt, en hoe je je werkstructuur hebt ingericht. Een ergonomische bureaustoel of zit-sta bureau is een waardevol hulpmiddel. Maar zonder kennis, bewust gebruik en afwisseling blijft het risico op klachten juist aanwezig.
Een ergonomische werkplek is meer dan alleen het aanschaffen van “de beste” stoel of bureau. De juiste instelling én bewuste werkgewoonten zijn essentieel. Dat onderstreept ook de Van Garderen Kantoormeubelen met hun 60?30?10 regel — een eenvoudige maar effectieve richtlijn voor gezond werken.
Wat is de 60-30-10 regel?
Ongeveer 60 % van je (werk)tijd besteed je zittend. Dit is hét moment waarop een ergonomische bureaustoel (ingesteld volgens deze instructievideo) je houding ondersteunt. Bijvoorbeeld met een zitting en rugleuning die passen bij jouw postuur en waarbij de rugsteun en zithoogte goed staan.
30% staan
Wissel zitten af met staand werken, bij voorkeur aan een zit-sta bureau. Dat houdt je houding actief, stimuleert de doorbloeding en vermindert langdurige druk op je onderrug.
10% bewegen
Voeg bewuste beweegmomenten toe: even lopen naar de printer, stretchen, kopje koffie halen, of even langs een collega. Die korte pauzes zijn belangrijk om je spieren soepel te houden en voorkomen overbelasting.
Volgens Van Garderen vormen deze verhoudingen een natuurlijk werkritme waarin lichaam en geest in balans blijven, en onderzoek ondersteunt dat regelmatige afwisseling rug- en nekklachten helpt voorkomen.
Waarom klachten vaak niet door de stoel, maar door gebruik komen
Als fysiotherapeut zijn dit de patronen die ik vaak zie:
- Stoel wél goed, maar verkeerd ingesteld, bijvoorbeeld te laag, te ver naar achteren, zonder lendensteun. Daardoor zit je in een onnatuurlijke houding.
- De hele dag zitten, zelfs op een ergonomische stoel — zonder pauzes of beweging. Zitten op zich is niet per se slecht, maar langdurig en statisch zitten is belastend.
- Onvoldoende afwisseling: niet staan, zelden bewegen, één houding urenlang vasthouden.
- Onbewust ‘wegzakken’ in de stoel wanneer je geconcentreerd werkt, dan verliest de stoel het nut dat hij had.
Kortom, de stoel is een hulpmiddel, geen garantie voor klachtenvrij werken.
Hoe stel je je werkplek goed in?
Als fysiotherapeut adviseer ik de volgende aandachtspunten:
- Zorg dat je bureaustoel past bij jouw lengte en postuur: zithoogte, zitdiepte en rugleuning moeten correct afgesteld zijn. Idealiter ondersteunt de stoel actief zitten.
- Stel je bureaublad op de juiste hoogte af: in zittende positie rust je onderarmen ontspannen op het blad (ellebooghoek ± 90°). Bij staand werk geldt hetzelfde, je armen moeten comfortabel op het bureau passen.
- Wees consequent met afwisselen: gebruik bij voorkeur een zit-sta bureau of maak bewust momenten om te bewegen.
- Bouw korte pauzes en beweegmomenten in — ook al is het maar even opstaan of stretchen. Die kleine momenten maken groot verschil.
Deze principes hangen samen met de ‘praktische ergonomie’: het gaat niet om een statisch “ideaal meubilair”, maar om hoe je werkt, beweegt en je lichaam inzet. Volgens de definitie van ergonomie is het doel om werk, omgeving én mens goed op elkaar af te stemmen
Ergonomisch kantoormeubilair is geen wondermiddel
Een ergonomische bureaustoel of zit-sta bureau kan pijnklachten helpen voorkomen, maar alleen wanneer je ermee wílt werken: met goede instelling, afwisseling, beweging en bewustzijn. Rugklachten ontstaan meestal niet door de stoel zelf, maar door langdurig, statisch en verkeerd gebruik.
Als fysiotherapeut raad ik aan om niet alleen te investeren in goede meubels, maar vooral in je werkgewoonten. Pas de 60-30-10 regel toe: combineer zitten, staan én bewegen. Stel je werkplek goed in. En zorg dat je houding, planning en beweging onderdeel worden van je dagelijkse routine.
Zo werk je wél gezond en houd je je rug op langere termijn fit.